Rittenregistratie ook belangrijk bij bestelauto

Hof Amsterdam oordeelt dat ook een stoffige werkauto zonder rittenregistratie leidt tot bijtelling van het autokostenforfait. Het hof volgt hiermee een eerdere beslissing genomen door de rechtbank Haarlem.

Casus

Een ondernemer heeft een stukadoorsbedrijf. Tot het ondernemingsvermogen van de stukadoor behoort een bestelauto. De bestelauto heeft één zitplaats voor een bijrijder en verder alleen laadruimte. Het gezin van de stukadoor beschikt ook over een privé-auto. Er wordt geen rittenregistratie bijgehouden. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op over 2001, omdat de stukadoor geen bijtelling wegens privégebruik van de auto in zijn aangifte opneemt. De rechtbank in Haarlem is het met de inspecteur eens. Het woord is nu aan Hof Amsterdam.

Conclusie

Hof Amsterdam Het staat vast dat de auto maar één passagier kan vervoeren en dat de wet vervoer van kinderen op die bijrijdersplaats niet toestaat. Daarnaast is de binnenzijde van de auto zo stoffig dat de stukadoor niet snel privéritten met het gezin zal maken. Hoewel het gebruik voor privéritten beperkt zal zijn, hoeft het privégebruik zich volgens het hof niet te beperken tot ritten waarbij de kleding schoon moet blijven.

Rittenregistratie

De stukadoor toont niet aan dat hij de bestelauto minder dan 500 kilometer per jaar privé gebruikt. Hij heeft geen rittenregistratie bijgehouden en komt ook niet met ander geschikt bewijs . Hof Amsterdam concludeert dat terecht de bijtelling wegens privégebruik is toegepast.

Aan welke eisen moet een rittenregistratie voldoen?




Terug